menu
Alle nieuwsberichten

25.000 m2 doek tegen Japanse duizendknoop

Anita Molenaar
Marketing

Bron: Stad+Groen

De voortgang van de aanpak van KING RootBarrier tegen Japanse duizendknoop is al enige tijd te volgen in Stad + Groen. Hun activiteiten worden met belangstelling gevolgd door Universiteit Wageningen (WUR), Probos en steeds meer gemeenten in binnen- en buitenland. Binnenkort wordt op de Maasvlakte op ca. 25.000 m2 de strijd aangegaan tegen deze invasieve en ijzersterke plant.

Terwijl de Japanse duizendknoop weer uit de grond schiet, gaan de ontwikkelingen bij RootBarrier rondom diezelfde plant eveneens in rap tempo door. Want deze plant trekt zich weinig aan van vlakke of hellende oppervlakten en groeit overal waar je dat niet wilt. Dus moet je hem ook overal kunnen weren. En dat betekent de nodige uitdagingen voor het bedrijf dat gespecialiseerd is in onkruiddoeken.

Aarde op hellende, gladde ondergrond
De aanpak van Japanse duizendknoop met DuPont Plantex Platinium-onkruiddoek gaat in grote lijnen als volgt: de plant wordt gerooid en de aarde wordt, met de wortels, gehakseld. De vervuilde grond blijft liggen, om verspreiding en besmetting te voorkomen. Vervolgens gaat het sterke lucht- en waterdoorlatende onkruiddoek erover. Dat wordt op een speciale manier verlijmd, zodat ook de naden geen enkele kans meer bieden voor de Japanse duizendknoop. Ten slotte wordt over het doek weer schone aarde gestort, waarop ander, gewenst groen kan groeien. Maar de Japanner groeit ook veel op taluds en het onkruiddoek is glad. Wat te doen? Bart van der Hart is mede-eigenaar van KING RootBarrier en vertelt: ‘In Apeldoorn gaan we testen op een helling, een talud. Daar zie je de plant sowieso veel de kop opsteken. Na het hakselen van de wortels en stengels en het plaatsen en verlijmen van het Plantex Platinium-doek proberen we daar grond op te storten. Dat doen we door eerst een erosiemat op het doek te leggen, die we vervolgens afdekken met schone aarde.’

Methode leren
Steeds meer gemeenten zijn geïnteresseerd in de aanpak van RootBarrier. Bart van der Hart: ‘Het is heel belangrijk om op de juiste manier te werken, te installeren en te verlijmen. Daarom willen we onze kennis verspreiden en moedigen we gemeenten aan om met bedrijven te werken die wij hebben opgeleid. Bij de bestrijding van duizendknoop op het talud in Apeldoorn gaan we alle handelingen ook filmen. Van het materiaal maken we instructiefilmpjes, die over een tijdje op YouTube en onze website te bekijken zijn.’

Soorten onkruiddoek
KING RootBarrier heeft verschillende soorten onkruiddoek. DuPont Plantex Gold maakt al veel langer deel uit van het assortiment. Het heeft een basisgewicht van 125 g, in tegenstelling tot het eerder benoemde Plantex Platinium, dat een gewicht heeft van 240 g. Bart van der Hart: ‘De technologie van Plantex Gold houdt veel onkruid tegen, zelfs het kleinste, en het is toch waterdoorlatend. Het rafelt niet, is non-woven en gemakkelijk te snijden. In Duitsland wordt het al jarenlang in grote hoeveelheden gelegd. We verwachten dit ook in Nederland, omdat het gemeenten simpelweg steeds meer aan handjes ontbreekt om het gemeentegroen te schoffelen. BioCovers is een onkruiddoek dat 100 procent van maisafval is gemaakt en na een aantal jaren vergaat. Dit hoef je niet, zoals Plantex Gold, af te dekken.’

Zware kwaliteit nodig
Vanzelfsprekend keek het bedrijf eerst naar het eigen Plantex Gold voor de aanpak van Japanse duizendknoop, maar het miste een zwaardere kwaliteit. Daarom ontwikkelde RootBarrier het Platinium-doek. ‘We hebben het drie jaar geleden getest in Duitsland. Toentertijd hebben we de wortels en de stengels niet gehakseld, wat we nu wel doen. We hebben inmiddels wekelijks projecten met afdichten en verlijmen; de restanten blijven altijd op de plaats waar de planten groeiden. Ook de lijm en de beste naadmethode zijn gaandeweg ontwikkeld. Het is nu tijd om te zien wat er met de wortels is gebeurd, nu ze drie jaar uit het fotosyntheseproces zijn gehaald. Binnenkort gaan we naar Duitsland en gaat het doek eraf. We zijn heel benieuwd wat we dan aantreffen!’

WUR en Probos kijken mee
‘Wanneer medio april het doek in Duitsland eraf gaat, zijn er verschillende mogelijkheden. Ten eerste: de wortels zijn dood. Dat is mooi; dan biedt deze inpakmethode een biologisch interessante oplossing. De tweede mogelijkheid is dat de wortels in slaap zijn; ze zijn niet dood en komen meteen terug zodra ze weer in het fotosyntheseproces komen. Dan is de vraag: was het anders geweest als de wortels drie jaar geleden wel vernietigd waren? KING RootBarrier monitort dit de komende weken, samen met Probos en WUR. Daar kijk ik wel naar uit’, zegt Van der Hart. ‘Wij zijn erg benieuwd.’ Op 9 mei a.s. organiseert Probos een praktijkdag over de bestrijding van duizendknoop. KING RootBarrier is een van de partijen die hun methode laten zien. Bart van der Hart: ‘Wij presenteren daar ons Platinium-doek op een helling. Voor ons is dit weer een mooie test.’

Footprint en kosten
‘Het zou interessant zijn als de plant doodgaat en je het doek over pakweg vijf jaar uit de grond kunt halen, zodat je de grond als het ware terugkrijgt. Dan is het niet alleen biologisch een interessante oplossing, maar ook qua kosten. De investering is bij de start wel wat hoger dan bij andere methoden, maar op de lange termijn is het veel goedkoper, want het is eenmalig. Verbranden en stomen kosten veel energie en een chemische aanpak is slecht voor ons milieu.’

Twee keer 25.000 m2 doek op Maasvlakte
Ook het Maasvlakteproject start dit voorjaar. Op 25.000 m2 op drie locaties wordt aarde met resten duizendknoop gestort. Dat ziet er als volgt uit: op de schone aarde komt het doek DuPont Plantex RootProtector, dat iets zwaarder is dan het Platinium-doek. Daarop komt de vervuilde grond. Dit alles wordt vervolgens goed ingepakt met DuPont Plantex Platinium. Bovenop komt dan de schone grond. De komende jaren blijft dit liggen en wordt gemonitord wat er gebeurt met de grond, vooral met de resten van de planten, tussen de DuPont Plantex RootProtector en de DuPont Plantex Platinium. ‘Wij leren steeds meer en dat moet ook. Waarschijnlijk is deze aanpak ook geschikt voor berenklauw. Maar laten we eerst dit maar eens tot op de bodem uitzoeken.’